Nog geen lid?
Maak hier een account !
 
 

Nieuws  

15/04/2016

Nieuwe regelgeving voor verlichting en ventilatie van arbeidsplaatsen [...]


1/01/2016

Jaarverslag van de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk [...]


1/01/2016

nieuwe tarifering voor externe diensten [...]


28/03/2014

Nieuw Koninklijk Besluit van 28/3/2014 betreffende de preventie van brand in de arbeidsplaatsen. [...]


7/10/2013

KB betreffende betreffende de keuze, de aankoop en het gebruik van collectieve beschermingsmiddelen [...]


... PLUS DE NEWS

Veille réglementaire

Nieuwe regelgeving voor verlichting en ventilatie van arbeidsplaatsen

Op 14 april 2016 publiceerde het Belgisch Staatsblad het koninklijk besluit van 25 maart 2016 tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 oktober 2012 tot vaststelling van de algemene basiseisen waaraan arbeidsplaatsen moeten beantwoorden. Dat koninklijk besluit heeft tot doel het koninklijk besluit van 10 oktober 2012 aan te passen op het vlak van de verlichting (afdeling III) en de luchtverversing (afdeling IV). Het heeft de volgende krachtlijnen: Er wordt een bijlage II toegevoegd die handelt over de minimumvoorschriften waaraan de verlichting van de arbeidsplaatsen moet beantwoorden indien de werkgever de norm NBN EN 12464-1 (verlichting werkplekken binnen) en de norm NBN EN 12464-2 (verlichting werkplekken buiten) niet wenst toe te passen. Deze bijlage beschrijft wat de minimumwaarden zijn voor de gemiddelde verlichtingssterkte voor verschillende soorten werkposten en waar de gemiddelde verlichtingssterkte moet gemeten worden. Ze beschrijft ook de kwalitatieve eisen waaraan de verlichting moet voldoen.   Op arbeidsplaatsen waar werknemers bij het uitvallen van de kunstverlichting aan een verhoogd risico zijn blootgesteld, moet er een verlichtingssysteem aanwezig zijn die het mogelijk maakt om het werk op een veilige manier af te sluiten.   De werknemers moeten over voldoende verse lucht beschikken, rekening houdend met de werkmethoden en de lichamelijke inspanningen. Hiertoe dient de werkgever ervoor te zorgen dat de CO2-concentratie in de werklokalen lager is dan 800 ppm en in elk geval 1200 ppm niet overschrijdt.   Indien een airconditioninginstallatie wordt gebruikt dient deze installatie zodanig ingesteld te zijn dat de over een werkdag gemiddelde relatieve luchtvochtigheid, indien technisch haalbaar, tussen 40 en 60 % ligt. Hierop wordt een uitzondering voorzien: de relatieve luchtvochtigheid mag tussen 35 en 70 % liggen indien de werkgever aantoont dat de lucht geen chemische of biologische agentia bevat die een risico kunnen vormen voor de veiligheid en de gezondheid van de aanwezige personen.

Jaarverslag van de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk

De interne dienst voor preventie en bescherming op het werk is wettelijk verplicht om tegen uiterlijk 31 maart een jaarverslag op te maken van de activiteiten van het voorbije werkjaar. Met dat verslag krijgt de werkgever en het comité voor preventie en bescherming op het werk een goed overzicht van de werking van de preventiedienst. De Algemene Directie Toezicht op het Welzijn op het Werk stelt hiervoor elk jaar modelformulieren ter beschikking op het internet. In functie van de samenstelling van de organisatie en de bijhorende preventiedienst dient men een ander model te gebruiken, maar dit staat uitvoerig uitgelegd in de verklarende nota. De formulieren zijn beschikbaar in Word 2003 en Word 2010 formaat. via deze link

nieuwe tarifering voor externe diensten

KB 27 november 2015 tot wijziging van het KB van 27 maart 1998 betreffende de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk wat betreft de tarifering (BS 14/12/2015) De werkgevers worden ingedeeld op basis van hun hoofdactiviteit en hun grootte: er zijn vijf tarieven voor bedrijven met meer dan 5 werknemers, en vijf verlaagde tarieven voor bedrijven met 5 of minder werknemers. Het gaat om minimumtarieven: het is derhalve steeds mogelijk dat een externe dienst hogere tarieven hanteert.   WG >5 WN’s WG <=5 WN’s Tariefgroep 1 41,50 euro per WN 35,50 euro per WN Tariefgroep 2 60,50 euro per WN 51,50 euro per WN Tariefgroep 3 75,50 euro per WN 64,00 euro per WN Tariefgroep 4 95,50 euro per WN 81,00 euro per WN Tariefgroep 5 112,00 euro per WN 95,00 euro per WN Welke prestaties de externe dienst moet leveren in ruil voor de forfaitaire minimumbijdrage is afhankelijk van de grootte van het bedrijf, de aanwezige risico’s, en de vorming van de preventieadviseur (belast met de leiding) van de interne dienst van de werkgever. Meer info via deze link

Nieuw Koninklijk Besluit van 28/3/2014 betreffende de preventie van brand in de arbeidsplaatsen.

Dit KB heft gedeeltelijk de bepalingen op van artikel 52 van het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming (ARAB)  Het Koninklijk Besluit bevat de verplichting om een ​​risicoanalyse uit te voeren en preciseert de risicofactoren die daarbij ten minste in rekening moeten gebracht worden. Het bijhouden van een brandpreventiedossier wordt nu verplicht. De werkgever informeert , uiterlijk op de datum van indiensttreding , elke werknemer over de preventieve maatregelen, deze informatie wordt aangepast aan de evolutie van de risico’s en de preventiemaatregelen. De werkgever geeft werknemers de nodige opleiding inzake de voorkoming van brand; de  vaardigheden en opleidingen van de leden van de brandbestrijdingsdienst worden gegeven in bijlage1. Het begrip voorafgaande toestemming voor brandgevaarlijk werk  heeft zijn intrede gedaan, zodat de vuurvergunning verplicht wordt.  

KB betreffende betreffende de keuze, de aankoop en het gebruik van collectieve beschermingsmiddelen

KB betreffende de keuze, de aankoop en het gebruik van collectieve beschermingsmiddelen Art. 54 quater van ARAB word opgeheven. U kunt het KB via deze link lezen